EUROPEES HOF VAN JUSTITIE 22 SEPTEMBER 2022 – C-330/21

BEGELEIDING BIJ SPORTBEOEFENING EN GROEPSLESSEN MAG RESSORTEREN ONDER DE TOEPASSING VAN HET BTW TARIEF VAN 6 %.

Link naar arrest hier.

Sedert 1984 maakt de btw administratie onderscheid naargelang het beoefenen van sport gepaard gaat met individuele of groepsbegeleiding. Is er sprake van een dergelijke begeleiding die verder gaat dan het louter geven van toelichting bij het gebruik van toestellen e.d., dan meent de Administratie dat het tarief van 21 % van toepassing wordt i.p.v. het verlaagd tarief van 6 %.

 

Het verlenen van recht op toegang en gebruik van sportaccommodaties is in de regel immers onderworpen aan 6 %. De Administratie meent dat het tarief van 21 % van toepassing wordt zodra er permanente begeleiding is. Dit werd beschouwd als een aparte dienst.

 

In een geding voor de rechtbank te Gent hield een fitnessclub voor dat ze ten onrechte over haar groepslessen btw afdroeg aan 21 %, maar dat op haar totale volledige activiteit het tarief van 6 % van toepassing was, ongeacht of er begeleiding was of niet.

 

Daarop stelde de rechtbank te Gent de vraag aan het Europees Hof van Justitie of de btw richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat het verlaagd tarief (in België van 6 %) alleen van toepassing is indien er geen individuele begeleiding of begeleiding in groep wordt verstrekt. Het Hof heeft hierop geantwoord dat de dienst die bestaat in de toekenning van het recht van gebruik te maken van sportaccommodaties van een fitnesscentrum en in de verstrekking van individuele begeleiding of begeleiding in groep, mag onderworpen worden aan het verlaagd tarief (in België 6 %), wanneer de begeleiding verband houdt met het gebruik van deze accommodaties of noodzakelijk is voor de beoefening van de sport of bijkomend is aan het recht gebruik te maken van die accommodaties.

 

M.a.w., het Hof stelt dat de richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat het recht gebruik te maken van sportaccommodaties ook onder het verlaagd tarief valt indien er individuele begeleiding of begeleiding in groep verstrekt wordt.

 

Volgens het Hof bevat de Belgische wetgeving geen onderscheid in toepassing van het tarief naargelang er begeleiding is bij het beoefenen van sport of niet.

 

De administratieve interpretatie ter zake die sedert 1984 bestaat, vindt dus geen grondslag in de wet, maar is een louter administratieve interpretatie.

 

Dat betekent dat de btw administratie de toepassing van het tarief van 21 % niet kan afdwingen, vermits de Belgische wet niet voorziet in het onderscheid naargelang er begeleiding is of niet. Indien de btw administratie haar onderscheid, naargelang er begeleiding is of niet voor de toekomst toch wil afdwingen, zal zij de wet moeten laten veranderen.

 

De fitnessclubs zullen btw aan het tarief aan 6 % kunnen afdragen over hun totale omzet w.b. gebruik van sportaccommodaties. (Dit betreft niet de verkoop van uitrusting, drank, kledij, dieetproducten, e.d. Die goederen en diensten zijn aan hun eigen tarief onderworpen). Ook voor het verleden kan de Staat geen btw vorderen aan het tarief van 21 %.

 

Men mag stellen dat de btw administratie in het verleden ten onrechte de toepassing van het tarief van 21 % heeft opgelegd w.b. groepslessen of begeleiding bij het beoefenen van sport. De fitnessclubs en andere sportinstellingen zouden de btw die zij aan 21 % hebben afgedragen gedurende de laatste drie jaar van de Staat kunnen terugvorderen. Zij vorderen dan het verschil terug tussen 21 % en 6 %, nl. 15 %.

 

Het is echter nog niet zeker dat de Staat dit zal toestaan. Immers, de Staat zou kunnen voorhouden dat dit voor de sportorganisaties een onrechtmatige verrijking vormt omdat men het verschil tussen 21 % en 6 % niet terugbetaalt aan de klanten.

 

Wij menen dat de Staat ten onrechte dat standpunt zou innemen (indien zij dat al zou doen). Het gaat immers niet om een onrechtmatige verrijking, vermits de sportbeoefenaars (de klanten van de fitnessclubs en andere sportorganisaties) een vaste prijs afspreken, ongeacht welk btw tarief van toepassing is en contractueel of hoe dan ook, geen recht kunnen uitoefenen om enige teruggave te bekomen van de ten onrechte afgedragen btw.

 

Het hier besproken arrest is natuurlijk niet alleen op toepassing op fitnessclubs, alhoewel het daar specifiek op betrekking had, maar kan toegepast worden door alle organisaties of bedrijven die aan sportbeoefening doen onder begeleiding. We denken aan bbb’s, dansclubs, alle soorten sport waar begeleiding is. Ook voetbalclubs e.d. zouden op dit arrest een beroep kunnen doen in de mate zij btw aan 21 % zouden hebben afgedragen.

 

Het arrest geldt natuurlijk alleen in de relatie tussen de sportorganisatoren en de sportbeoefenaars (de particulieren klanten dus). Het arrest betreft niet de situatie tussen lesgevers en de sportclubs. Daarvoor gelden andere regels. Dit arrest gaat specifiek over het recht van gebruik maken van sportaccommodaties. Dat is dan door sportbeoefenaars.

 

Henri Vandebergh
26 september 2022.